C2. Dyspneu (kortademigheid)

Bedoeling:

Het registreren van gradaties van dyspneu (kortademigheid).

Proces:

Vraag de cliënt of hij of zij buiten adem of “kortademig” is. Als het antwoord bevestigend is, bepaal dan of het symptoom opgetreden is gedurende een inspannende activiteit, gedurende een normale dagelijkse activiteit of in rust. Als de cliënt niet kan antwoorden, bekijk dan de klinische dossiers en raadpleeg teamleden en de familie van de cliënt.

Codering:

Codeer het ergste dat zich in de laatste 3 dagen heeft voorgedaan.
  • 0. Afwezigheid
  • 1. Afwezig bij rust, maar aanwezig bij het leveren van matige inspanning
  • 2. Afwezig bij rust, maar aanwezig bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten
  • 3. Aanwezig bij rust

Matige inspanning - Omvat enige fysieke inspanning zoal een lange wandeling maken of een trap naar een volgende, hogere verdieping nemen.

Normale dagelijkse activiteiten - Omvat alle ADL’s (baden, transfer,…) en IADL’s (maaltijdbereiding, winkelen, enz.)

  Page Info My Prefs
This page (revision-4) last changed on 09:15 29-Nov-2019 by Kirsten Hermans.
 
BelRAI @2007

JSPWiki v2.4.104
[RSS]