C. Cognitie

De bedoeling is het vaststellen van het zich herinneren van dingen door de cliënt, het samenhangend denken en het organiseren van de dagelijkse zelfzorg-activiteiten. Deze items zijn voor veel van de zorgplanbesluiten doorslaggevend.

De cognitie-items meten het presteren van de cliënt, bijvoorbeeld door de cliënt te vragen zich recente gebeurtenissen en gebeurtenissen uit het verleden te herinneren of om beslisbekwaamheid te tonen.

Vragen over cognitief functioneren en het geheugen kunnen gevoelig liggen. Cliënten kunnen zich verdedigend opstellen, opgewonden raken of erg emotioneel worden. Indien een cliënt zich ervan bewust is geen verstandig antwoord te kunnen geven, kan hij/zij zich kwetsbaar, verlegen of gefrustreerd voelen.

Zorg ervoor dat u de cliënt in vertrouwen vragen stelt, in een rustige ruimte zonder afleiding d.w.z. niet in aanwezigheid van andere cliënten of familie tenzij de cliënt te opgewonden is om alleen te worden gelaten. Gebruik een niet-oordelende manier van vragen stellen. Dit zal helpen het nodige gevoel van vertrouwen tussen zorgverlener en de cliënt te scheppen. Ga, na antwoorden te hebben gekregen op de vragen, indien nodig ook te rade bij familie of anderen om de informatie over het cognitief functioneren van de cliënt in de laatste drie dagen te verduidelijken of de juistheid ervan na te gaan. Deze informatie is speciaal van belang voor cliënten met beperkte communicatieve vaardigheden of taalbarrières.

Een aanbevolen aanpak om de cognitie te beoordelen is:

  • Knoop met de cliënt een praatje aan om een band te creëren.
  • Luister actief en let op aanwijzingen om uw beoordeling te structureren. Denk eraan dat het in herhaling vallen van de cliënt, het geen aandacht kunnen opbrengen, het onsamenhangend praten, het feit dat de cliënt een verdedigende houding aanneemt of onrustig is of wordt, heel moeilijk kunnen zijn tijdens een vraaggesprek. Ze geven echter belangrijke informatie over het cognitief functioneren.
  • Wees tijdens uw gesprek met de cliënt open, helpend en stel gerust (bijv., “Heeft u soms moeite met het herinneren van dingen? Vertel me eens wat gebeurt. We zullen u trachten te helpen”).

Als de cliënt echt geïrriteerd raakt, stel hem/haar dan gerust en STOP met praten over cognitief functioneren. De informatieverzameling hoeft niet in één gesprek afgerond te zijn maar kan gedurende de gehele beoordelingsperiode doorgaan. Zeg tegen de geïrriteerde cliënt bijvoorbeeld “Laat ons over wat anders praten” of “We hoeven daar nu niet over te praten, dat kan later”. Observeer het cognitief functioneren van de cliënt gedurende de volgende uren en dagen en stel wat meer vragen wanneer de cliënt zich meer op zijn/haar gemak voelt.

  Page Info My Prefs
This page (revision-25) last changed on 09:15 29-Nov-2019 by DirkVanneste.
 
BelRAI @2007

JSPWiki v2.4.104
[RSS]